Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

  

Hoe stond Harderwijk in die tijd, omstreeks 1920, in de ‘Gids voor Toerisme’, omschreven?
Als een, aan de Harde, de zandige oever van de Zuiderzee, gelegen oude stad, waar de vissers een veilige wijkplaats vonden.
Het wordt reeds in 1231 genoemd en was van muren voorzien. In de eeuwen daarna breidde de stad zich uit en dreef zelfs handel op de Oostzee en was opgenomen in het Hanzeverbond.
Na de verovering in 1572 door de ‘Staatse’ troepen onder graaf Willem van den Berg, raakte zij in verval en werd het door andere Gelderse steden overvleugeld.
De in 1609 door de Staten gestichte Hogere School, later herdoopt in Doorluchtige School en tot Provinciale Academie verheven, bleef tot de Franse overheersing bestaan. De Academiestraat, zijstraat van de Donkerstraat herinnert hieraan. Daar vindt men een torentje met een nis, waarin het borstbeeld van de plantkundige Linnaeus. Zou de kruidtuin van Linnaeus ooit weer tot leven worden geroepen?

 

Een Pruisisch tafereeltje

Na het verlies van de Eerste Wereldoorlog moet Wilhelm II in 1920 afstand doen van de kroon als keizer van Duitsland en koning van Pruisen. Hij vlucht naar Nederland en woont enige tijd op kasteel Amerongen.
Een aanzienlijk aantal Duitse officieren bleven trouw aan hun keizer. Ook in Harderwijk waren zij te vinden. Voor het waarom zijn enige mogelijkheden zijn te bedenken.
“Een kleine wandeltocht, ter opbeuring der zinnen, voerde mij deze week naar het lieflijke Harderwjjk, waar behalve de ‘harde bokkum’ ook veel militairen verblijven. 
Ik zat in het gemoedelijke ‘Hotel Baars’ voor drie goedgezinde spiegeleieren met zachtmoedige ham, zoals Speenhoff deze Hollandse schotel gelieft te karakteriseren, en amuseerde mij met het kijken naar de straatjeugd die haasje-over speelde.
Het tafereel was vriendelijk. Rust lag er over het stadje en rust lag er over mijn gemoed. Ook was het rustig in de grote eetzaal waar ik toefde. Niets stoorde de vredige kalmte.
Een officier, geweldig om aan te zien, gespoord, gekneveld en gelaarsd om niet te spreken van gepommadeerd (Opm. Pommaderen is zalven, pommade is haarcrème/-zalf) patste de eetzaal binnen, liep recht op een der wanden toe en maakte halt. Hij richtte zijn enigszins fletse blikken op iets, dat aan de muur hing en dat ik voor een spiegeltje hield, sloeg de hakken tegen elkaar, greep het gevest van zijn sabel en salueerde, waarna hij, steeds in het spiegeltje kijkend, eerbiedig doch slaafs, zich naar de tafel begaf, zich op een stoel zette en een bittertje bestelde.
Een van mijn spiegeleieren knipoogde tegen mij, doch ik lette daar niet op.
Enkele minuten daarna, een tweede officier. Nog geweldiger om aan te zien. Recht op het spiegeltje af. Halt! Hakken! Saluut! Ruggelings naar tafel. Ook een bittertje. Steeds meer officieren, oude, jonge, dikke, kromme, bleke, blanke, verweerde, doorgerookte en allen marcheerden recht op het spiegeltje af, maakten halt, klapten met de hakken en salueerden. En mijn tweede spiegelei knipoogde tegen mij en ik lette er niet op.
Zouden al deze dapperen zo ijdel zijn, dat zij, alvorens zich te dompelen in de jenever, zich spiegelden in een spiegeltje aan de wand, zo vroeg ik mij af? En, oprijzende, nadat ik mij verzadigd had, schoot ik op mijn beurt naar het spiegeltje en keek. Het was geen spiegeltje, doch een onnozel stukske papier, gevat achter glas, in een bruinhouten lijst en ik las:
Amerongen 17-1-1920
Brieftelegrammen:
‘Seiner Majestät des Kaisers en Königs 
Officierstisch Hotel Baars, Harderwijk (Holland)’
‘Seine Majestät der Kaiser lassen für sehr erfreuthabende Glückwunsch-Telegramm herzlichen Dank aussprechen.
In allerhöchste Auftrage, Von Gustand.’

De oude foto’s van de Harderwijkse haven zijn qua locatie gemakkelijk te traceren omdat op de betreffende ansicht het opvallende gebouw, waar anno 2016 het pannenkoekenhuis “Papa Beer” is gevestigd, waarneembaar is. Een ander middel ter oriëntatie is de molen, die in afwijking van heden ten dagen op een andere plaats was te vinden.
Op één van de foto’s is zojuist de “Amsterdam” van de rederij Zwaag de haven van Harderwijk binnen gekomen. Het is een gaan en komen van voetgangers en fietsers. Het loket met daarop de naam van de rederij en de benzinepomp van Shell zijn in het beeld opvallend.
Op een andere foto is aan de linker zijde een helling, waarop een boot ligt, waarneembaar. Rechts daarvan, weliswaar niet met het blote oog te zien, is de tekst: “Visscherij Ver. Onze Toekomst IJsvletten”.

 

De foto’s van anno 2016 zijn voor een “Harderwieker” gesneden koek qua plaatsbepaling. Het doet weliswaar vreemd aan dat de huidige situatie van havens en andere op stapel staande veranderingen al bijna weer achterhaald zijn.

 

Vergadering over ‘De Martelaarsbank’

‘Hotel Baars’ is al lange tijd een ‘begrip’. Er speelde zich door de eeuwen heen een belangrijk deel van het sociale leven van Harderwijk af, bijeenkomsten en vergaderingen waren velerlei en divers.  
Zo was er op 1924 een vergadering over de ‘De Martelaarsbank’, een harde, uit schelp en fijn grind bestaande 2100 m lange bank, die voor de havenmond van Harderwijk lag.
Bij normale waterstand konden geladen schepen met enige diepgang niet binnenkomen en moest een hoog getij worden afgewacht. Of de toevlucht moest worden genomen tot overladen op de ree. Een voortdurende ergernis en een verlies aan geld en tijd.
Er waren al diverse pogingen in het werk gesteld om met overheidssteun een doorgang door de bank te creëren. Tot op heden zonder resultaat.
En wederom werd er een poging ondernomen. Dit maal werd het voortouw door de Harderwijkse steenfabrikant  Den Herder genomen, die alsmaar de aanwezigheid van die ellendige bank als een fikse schadepost ondervond. Omdat de schippers naar en van de Harderwijkse haven hogere vrachtprijzen moesten berekenen dan bij bezoek aan andere havens.
De kosten werden geraamd op f. 33.000, -. Zowel de gemeente als de provincie namen elk van dat bedrag een derde voor hun rekening, terwijl het rijk aangaf niet te willen bijdragen in de kosten. Een tegenvaller waarop de gemeente besloot de zaak maar te laten rusten.  
En dat was tegen het zere been van Den Herder. Er werd een commissie gevormd die met het uitbrengen van een circulaire vooraanstaande personen uit Harderwijk en omgeving uitnodigde tot het bijwonen van een vergadering op woensdag 16 januari om een comité van actie op te richten.
De zaal in hotel Baars was die avond geheel gevuld met personen die gehoor hadden gegeven aan de uitnodiging.
De firma Prins van Wijngaarden te Hattum had een begroting voor het maken van een vaargeul en het uitdiepen van de haven ingediend, kosten f. 60.000, - Daarvoor kreeg Harderwijk naast een vaargeul, een flinke zeehaven en aangewonnen grasland van 10 ha.
Rente en aflossing f. 3500, - per jaar. Een bedrag dat ruimschoots zou terugvloeien uit de opbrengst van het grasland en uit een niet onaanzienlijke vermeerdering van havengelden door meer scheepvaart.
Aan het einde der vergadering, die gepresideerd werd door de voorzitter van de middenstandsvereniging, de heer A. C. M. Rijke, werd een comité benoemd, bestaande uit een 20-tal vooraanstaande personen, dat met kracht en klem bij het gemeentebestuur op de uitvoering van het werk zou aandringen.
“Mocht het zo zijn, dat het gemeentebestuur niet wenst mee te werken, dan zal het comité trachten de benodigde gelden van particuliere zijde bijeen te brengen.”

De Hortus

Het Hortuspark gaf een rommelige, enigszins verwaarloosde indruk, Harderwijk onwaardig.
Een opknapbeurt op een centraal in de stad gelegen ‘historisch stukje groen’ was een absolute noodzakelijkheid voor een stad als Harderwijk, die zich, zeker de laatste decennia,  manifesteert als ‘iemand met een hoog historisch besef’.
In 1818 werd het belang van de Hortus reeds onderstreept: ‘de hortulanus is belast met de voortdurende zorg voor den Hortus’.
Harderwijk, den 26 Junij 1818:
“Het athenaeum binnen deze stad is, bij besluit van Z.M., van den 13 den dezer, gesupprimeerd. (Opm. Afgeschaft). De oudere hoogleeraren Nieuhoff, Arntzenius en Lotze zijn op pensioen gesteld, terwijl de jongere hoogleeraren Vosmaer, Lidth de Jeude en Reuvens, als buitengewone hoogleeraren zijn geplaatst bij de hooge scholen.
De bibliotheek is voor het grootste gedeelte door den Koning ten gebruike gegeven aan de stad Deventer, een kleiner gedeelte is aan de stad Arnhem geschonken. Eene verzameling van natuurkundige werktuigen, voorheen door den admiraal van Kinsbergen aan de akademie van Harderwijk ten geschenke gegeven, is, met goedvinden van dien admiraal, mede aan Deventer 
afgestaan. 
De overige verzamelingen en werktuigen ten dienste van het onderwijs in de kruidkunde en natuurlijke geschiedenis zijn allen aan de stad gelaten. De akademische gebouwen zijn allen aan de stad afgestaan.
Onder de mindere ambtenaren is de hortulanus, met behoud van zijne jaarwedde, provisioneel belast geworden met de voortdurende zorg voor den Hortus, tot tijd en wijle bij eene andere bestemming zal hebben ontvangen.”

1918. “Foei! Harderwijk, dat ge u deze smaad op de hals haalt, en ge, zo weinig piëteit aan de dag legt voor een herinnering uit het verleden, zodat men u daarvoor van elders op de vingers moet tikken! Binnen uwe oude wallen bezit ge zo iets kostbaars als een overblijfsel van een vroegere kruidtuin van den onsterfelijke plantkundige Linnaeus. En wat hebt ge er anders mee gedaan dan het als een afgedankt pleintje laten verwilderen? De oude muren om deze merkwaardige botanische plaats staan nog overeind, zelfs weet men er nog een borstbeeld van de beroemde ex-bewoner uwer stad aan te wijzen. Maar dit klassieke bezit steldet ge zo weinig op waarde, dat uw overheid onlangs in ernstig beraad stond, of deze plek niet bestemd zou kunnen worden om er een complex van arbeiderswoningen te zetten! En als daar geen stokje voor gestoken was, zou zelfs het enige uiterlijke herinneringsteken aan de wereldbefaamde geleerde, die eenmaal binnen uw vesten zijn dissertatie ‘De nova hypothesi febrium intermittentium’ verdedigde, teneinde de dokterstitel te verwerven, nu reeds hopeloos verdwenen zijn. Foei! Harderwijk, moet ge in het tegenwoordige dus in herinnering brengen, hoe reeds in het verleden aan uwe Academie minder waarde werd toegekend, zodat de tijdgenoten van toen al rijmden in deze geest:
Harderwijk is een stad van negotie, men koopt er ‘bokking, blauwbessen en bullen van promotie’.
Kom, Harderwijk, aan het werk! Men draagt niet zo maar de eere, vroeger een wereld-beroemdheid geherbergd te hebben.” 

In 2011 werd het Hortuspark na een grondige ‘face-lift’ geopend en het resultaat mag er zijn.

Harderwijk 700 jaar

En in 1931 was Harderwijk aan de beurt geweest om het 700-jarig bestaan te vieren. Ook daar werd een grote historische optocht gehouden, voorstellend het bezoek van ‘Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins Willem V’ aan Harderwijk op 23 september 1776.
Om één uur waren vele genodigden, onder wie prins Hendrik, aanwezig bij het afleggen van de eed van trouw, door het de dag daarvoor uit Amersfoort aangekomen garnizoen aan de burgerlijke overheid.
Harderwijk mocht in het verleden tot de belangrijkste steden van Gelderland worden gerekend, zo vermeldde de burgemeester J. de Jong Saakes in zijn toespraak. Door de bloeiende handel en wetenschap werd Harderwijk het centrum van de Veluwe. Terloops sprak hij over de drooglegging van de Zuiderzee, doch, zo werd in zijn toespraak vervolgd, behoort weemoed in deze feestweek niet thuis.
Andere feestelijkheden in deze week waren: een muziekconcours, een tentoonstelling over oudheidkunde, die betrekking had op de historische en culturele ontwikkeling van de Veluwe met als blijvende herinnering een ‘Veluwsche Oudheidkamer’ en ten slotte volkswedstrijden.
De begroting van de viering was op f 4.500, - gesteld …

Eerste sanatorium in Nederland

In Harderwijk was het eerste sanatorium in Nederland, dat zich toelegde op tbc-behandeling.
Het sanatorium Sonnevanck werd als stichting in 1905 opgericht, in het najaar van 1908 ging men van start met de paviljoens 1 en 2.
In 1910 startte men met het hoofdgebouw met het bekende torentje en in 1927 met paviljoen 3 en kwam er een nieuw röntgengebouw.
Het was een van de belangrijkste sanatoria van Nederland.
Uiteindelijk heeft Sonnevanck een periode gekend van meer dan 400 patiënten per dag. Het beschikte over zes paviljoens en een groot hoofdgebouw. Het was daarom een succesvol sanatorium en had als enige ook een basisschool en een ulo-opleiding op het terrein.
Wie tuberculose had, in die tijd een ongeneeslijke ziekte, moest kuren. Dat wil zeggen op een veranda in een ligstoel en frisse lucht inademen. Dat kon bij Sonnevanck in de bossen bij Harderwijk, het eerste sanatorium van Nederland dat zich toelegde op tbc-behandeling.

De ‘Belgische’ periode

Toen Duitsland op 4 augustus 1914 België binnenviel, sloegen honderdduizenden Belgen, waaronder tienduizenden militairen, die werden ondergebracht o.a in ‘Kamp Harderwijk’ (Opm.: 13.000), op de vlucht naar Nederland. Op enkele kilometers van het centrum van Harderwijk werd een tentenkamp ingericht.
In andere Nederlandse kampen waren ook Duitse militairen te vinden. Veelal (gevluchte) deserteurs, waarvan het aantal naarmate de oorlogsjaren vorderde sterk toenam. Zij werden regelmatig in grote aantallen ook weer vrij gelaten.

In Harderwijk werd in december 1914 begonnen met de bouw van een barakkenkamp op de plaats van het (voorlopige) tentenkamp. (Opm.: In de directe nabijheid van het huidige Infra-park aan de Ceintuurbaan). Op een terrein van 32 ha. werden met hulp van de Belgische soldaten 50 onverwarmde barakken gebouwd waarin 12.000 tot 15.000 geïnterneerden konden worden ondergebracht. Het kamp werd opgezet als een kleine stad met scholen, winkels, badinrichtingen, kantines, kerken, postkantoren, etc. (Opm.: Nog één barak uit die tijd is te zien in Staverden. ‘Leopolds Dorp’ bij Harderwijk was een ‘Belgisch’ gezins- of vrouwendorp.)
De herinnering aan de ‘Belgische’ tijd is het ereveld op de begraafplaats ‘Oostergaarde’ en een gedenksteen in het oude stadhuis.

Wanneer we vanuit Ermelo over de Harderwijkerweg naar Harderwijk gaan, zal niemand het prachtige pand, genaamd Oranje Mecklenburg, op de hoek van de Oranjelaan en de Mecklenburglaan zijn ontgaan. Het pand deed vele jaren dienst als hotel en later ‘zetelde’ er de garnizoenscommandant van Harderwijk.
De vele opschriften bij de oude ansichten: “Hotel Pension Poptie, cafë-restaurant, Bondshotel, Tonsel bij Harderwijk, Hulppost ANWB."
Op de hoek van de zandweg die toen al Oranjelaan heette, stond een ANWB-bord waarop de richting naar Uddelermeer, Elspeet en Apeldoorn stond aangegeven, en links van de telefoonpaal kon men uit het bord afleiden dat het ook de richting naar sanatorium Sonnevanck was.

Enkele honderden meters de Mecklenburglaan in kwam aan de rechterzijde ‘Kamp Kranenburg’, tegenwoordig een woonwijk.
Vervolgde men de Oranjelaan richting centrum was aan de linkerzijde de toegangspoort van de ‘Nieuwe kazerne’ of ‘Jan van Nassaukazerne’, tegenwoordig een appartementencomplex. In het verlengde van die poort liepen aan de binnenzijde een pad en een sloot.
Aan de overkant van de kazerne zijn nog steeds dezelfde twee woningen onder een kap te vinden.
De weg vervolgend kwam al snel de spoorwegovergang, die vanaf september 2016 ophield te bestaan, in het vizier. Een spoorweg-onderdoorgang en een nieuw station veranderden het totale beeld.

 

Het thuisfront

Harderwijk kenmerkte zich door de eeuwen heen als een belangrijke garnizoensstad.
Voor de militair is, waar en wanneer dan ook, contact met het thuisfront een doorslaggevende factor in zijn of haar welbevinden.
Gezien de tegenwoordig ter beschikking staande middelen op het gebied van communicatie en fysieke verbindingsmogelijkheden is het maken van contact zeker in nationaal verband eenvoudiger geworden in vergelijking met de jaren in het begin van de 20e eeuw, zoals een aantal ansicht(brief)kaarten hieronder voor zich spreken (letterlijke tekst).

Harderwijk 1 juni 1901:
‘Waarde Zwager en Zuster, even zal ik u melden alsdat ik gezond en wel in Harderwijk zit en het brood beter is als in Rotterdam. Vele groeten van uw broer X. Landstorm Harderwijk kamer 44 Oude Kazerne.’

Harderwijk 5 november 1914:
‘Geliefde Broer en Zus,
Uw brief ontvangen en hieruit vernomen dat Joh met verlof is. Daar de Compagnie heden middag hier is geariveerd, begrijp ik dit niet.
Zoo als je ziet zijn wij er toe overgegaan kaarten te koopen. We hebben er 100 gekocht met 10 man zoo doende hadden we ze voor 2 ½ cent. Deze steld een van de hoofdstraaten voor. Nu hoef je verder niets te vragen, zoo zijn er nog 2 of 3, de rest zijn steegjes. De Cantine waar over je schrijf is enkel voor de geïnterneerde, maar wij hebben nu meer vrij voor de stad in tegaan, zoodat wij alles mee kunnen brengen. De toestand blijft dezelfde. Ik heb nu van Maandag tot Donderdag 48 uur wacht geklop dus 2 nachten slapen en 2 nachten wacht. Ik hoop de volgende week naar huis temogen gaan. Als mij dit maar lukt al was het maar voor 2 dagen. Hartelijk gegroet van Broer X.’(korporaal 5e Comp. Harderwijk)

Harderwijk 11 november 1914:
‘Geliefde ouders en allemaal. Ik ben op ’t oogenblik in Harderwijk. We hebben geïnterneerden weggebracht, wij zijn om 1 uur middag aangekomen en vertrekken om 4.34 uur weer naar Vlissingen. Morgen zal ik U weer wat meer schrijven. Alle hartelijke groeten van Uw liefhebbende zoon X.’

Harderwijk 21 september 1915:
‘Waarde X. Onlangs uw berichtje in orde ontvangen, dank ervoor. ’t Is hier natuurlijk hard vossen van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Enfin er zijn bijna 4 wk om. Hier goed kaz in Kr. Vele groeten. X’ (vaandrig 2e School….. 1-I-14 RI)’

Harderwijk 15 november 1915: 
‘Waarde Heer X., hoe vindt U de postzegel welke op deze kaart geschreven is. Wie had wel kunnen denken dat ik Militair zou worden. Nou ik kan U verzekeren het valt lang niet mee. Ik ben al gekleed en volbloed soldaat. Zoudt U zoo goed willen zijn mij eens te schrijven over de toestand want het is hier precies Nova Zembla en het is prettig iets uit Rotterdam te vernemen. Breng s.v.p. de groete aan alle op kantoor. X. Compagnie Landstorm Loods B Harderwijk.’

Harderwijk 16 juni 1916:
‘Beste J. het wordt tijd dat we eens aangesteld worden. Harderwijk hangt me verschrikkelijk de keel uit. Ik heb het door het examen heel wat beter gekregen.
Kroonsergeant X. Nieuwe kazerne gebouw B Harderwijk.’

Harderwijk 18 mei 1917:
Beste Oom, Tante, Neefs en Nichten, Met deze laat ik U weten dat ik nog goed gezond ben. De volgende wordt ik van hier overgeplaatst naar Breda. Dan zal ik mijn adres wel eens sturen dan krijg ik wel een lettertje terug. Allen h.g. van u neef. Gebouw B kamer 22 N Kazerne.’

Harderwijk 24 mei 1918:
‘WB. Bij deze laat ik u weten dat ik goed ben aangekomen. Het valt anders niet mee zoo vroeg op en dan vandaag weer zoo hard werken. Het is hier slecht weer het heeft heel de dag al gegoten als het thuis zoo is, zalje wel regen genoeg hebben. Verder geen nieuws. Hartelijke groete van u zoon X 6 Comp 6 Dep Batt Kamp Kranenburg Harderwijk.’

‘Sonnevanck 1 Juli 1918.
Beste F. Je kaart in hartelijke dank ontvangen. Ik ben nu weer 5 pond aangekomen, zoodat ik mijn hoogste gewicht weer heb, dat ik hier bereikt heb. Ik kom voorloopig nog niet thuis. Er is weer 3 maanden voor me aangevraagd: want het is nog maar uiterst weinig wat ik mankeer, maar het moet heelemaal weg, zegt de dokter. Allen mijn hartelijke groeten, speciaal voor jezelf van je vriend X. Sergeant telegrafist, Sanatorium Sonnevanck’.

29 september 1918:
‘Beste H. Is bij jullie de griep ook zoo erg? In Harderwijk is het verschrikkelijk alles ligt vol zieken en nu mogen we niet met verlof, jammer van die 10 dagen, maar het is misschien wel weer gauw over. Groeten van je liefh. Broer.’

Harderwijk 3 oktober 1918:
‘Beste V. Hier zit ik weer eens in Harderwijk met een lekke band, hij word nu gemaakt, ‘k moest hier naar het abattoir om 12 Ko vleesch te halen, nu ben ik hier wel bekend, ik wou dat ik het maar naar huis kon brengen, zulke dikke prachtige stukken. Nu verder vele groeten van uw zoon X’ (Sergeant hofmeester kamp Vierhouten)

Harderwijk 20 januari 1919:
Beste Cor, Hier kan je onze kazerne (nieuwe kazerne) zien. Het is niet zoo’n reuzenkazerne als in Tilburg hoor, dat lijkt nergens op. Ik zal je vanmiddag nog eens nader schrijven met welke dag ik met verlof ga. Gegroet van je liefh. X’

Harderwijk 29 januari 1919:
Ik heb zoo even uw kaart ontvangen daarvoor mijn dank. Ik.heb vannacht lang zoo lekker niet geslapen op die langen harde veeren als op dat fijne bedje van u. Dat was heel wat anders. Ik heb het hier ook nog niet kunnen zoeken, moet jij mij daar weer even mee plagen. Wacht maar ik krijg je nog wel eens. Hartelijk gegroet van uw liefh. X.

Harderwijk  1924:
‘Lieve vrouw. Met deze deel ik U mede dat wij met onze compagnie ondergebracht zijn in deze kazerne (Oude kazerne), anders is alles in tentenkampen op de hei. Wij hebben vanavond aan de bruine boonen met spek geweest. Wij gingen om 10 uur met de extra trein uit Amsterdam en waren om 12 uur in Harderwijk. Wij hebben het hier nog al goed naar ’t zin maar toch leve de burgerstand. 2e Sectie 3e groep 1 Comp III Bataljon’.

Harderwijk september 1924:
Lieve Moeder, vandaag gezond in Hwijk aangekomen. Het tentenkamp is afgekeurd vanwege de regen. Nu liggen we in de scholen in Harderwijk. Voor mij een bof. Andere bataljons gingen naar Hierden en de Grenadiers naar Ermelo, dus die boften niet. Vandaag dus geen dienst gedaan en vanmiddag oververhuisd. Alweer een dag om. Ontvang de hartelijke groeten van je liefh. Zoon.’

Harderwijk 21 september 1933:
‘Zeer geachte Heer en Mevrouw, Heel graag kom ik Zaterdag 7 oct. bij U. Het is voor mij altijd een zeer prettig uitstapje. Op ’t oogenblik lig ik in de ziekenbarak tengevolge van een kouvatting. Ik had buikpijn, hoofdpijn en was misselijk. ‘k Ben nu al weer aardig opgeknapt ofschoon nog niet weer ontslagen.’

‘G. Ik stuur je bij deze een aanzicht. Dit zijn de tenten waar de soldaten in slapen. In deze tenten zijn 4000 man ondergebracht. Ik ben blij dat ik niet in zoo’n tent slaap. Ze liggen zoo maar in het losse stroo. Er gaan 8 man in zoo’n tent. Dus je kan wel nagaan dat er heel wat staan. Nou dag’

Op de Stationslaan is nog dezelfde huizenrij te vinden en het oude schoolgebouw staat er ook nog steeds maar nu, anno 2016, als appartementenhuis. Ervoor staan de bakker met zijn kar en de bakkersknecht met zijn transportfiets.
Verder de laan af in de richting van het centrum kwam men bij de ‘Smeepoort’, de ‘intrede der stad’, zoals op één van de ansichtkaarten staat vermeld, links af ging naar de ‘Societeit aan Zee’ en rechts af naar de ‘Frieschegracht’, toen de Kleine Grintweg geheten.
Op één van de foto’s,die van latere datum is, staat de ijscoman paraat.

Voordat er een kijkje wordt genomen in de Smeepoortstraat brengt ons eerst, rechtsaf gaande een bezoek aan de Smeepoortbrink en het Klooster.

Opvallend is het straatbeeld in onder andere de Smeepoortstraat, hoepelende kinderen, meisjes keurig uitgedost met een hoedje, een handkar en een hondenkar, twee jonge knapen met een transportfiets, mogelijk de bakkers- en de slagersknecht op weg met bestellingen.
Het merendeel van de panden zijn woonhuizen en hier en daar een winkelpand. 
Links op een uithangbord het woord ‘Cailler’, een café met een bord waarop een paard is getekend. En rechts een ‘Handel in IJzerwaren’ met de melkkannen in de etalage.
Een foto van 2016 laat ook een beeld zien in de Donkerstraat vanuit de Smeepoortstraat.
Vervolgens aan de linkerzijde het ‘Muntplein’.
De door hun kleding zo genoemde ‘Grauwe Zusters’ stonden na de Reformatie in 1580 hun klooster af aan de stad. Het gebouw werd alsdan het onderkomen van de plaatselijke muntmeester en vanaf 1584 werd de Provinciale Munt erin gehuisvest totdat in 1806 bij KB de Munt werd opgeheven.
Na de Franse overheersing kwam het gebouw in gebruik bij het Depot-Bataljon van de koloniale troepen, later Koloniaal Werfdepot genoemd, dat in 1907 naar Nijmegen werd verplaatst.
Het gebouw kwam daarna tijdelijk in handen van de universiteit voordat het in 1909 een ‘gewone’ kazerne werd. De naam? De ‘Oranje Nassaukazerne’.
Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de daarin gevestigde School Militaire Inlichtingen Dienst (SMID), in de militaire volksmond, de naam ‘Spionnenschool’. In 1988 werd de kazerne gesloten en werd er een appartementencomplex ‘De Geldersche Munt’ van gemaakt.
Even verder aan de re chter kant hotel ‘Baars’ met de teksten: ‘Bondshotel, ANWBNAC BONDSGARAGE, STALLING, CAFÉ RESTAURANT.’
De auto voor de deur lijkt wel een kleine bus, waarop de naam ‘BAARS’ staat.
Aan de overzijde van Baars een bord met daarop de naam ‘Het Gouden Kalf’

In gedachten wandel ik verder en zie aan de linker kant in de Vijhestraat een opvallend gebouw met daarop in steen gehouwen op de voorgevel ‘UITGEVERS BOEKDRUKKERIJ BINDERIJ’. Rechts naast dit gebouw was ‘hotel café-billard restaurant FLEVO’ te vinden met, zoals het uithangbord liet weten, een ‘melksalon’. En op het fietsenrek is te lezen dat er Van Vollenhovens bier werd geschonken.
Ook aan de overkant was er een café en een uithangbord gaf aan dat de autobusdienst Harderwijk Apeldoorn de route volgde via Ermelo en het Uddelermeer.
Een hoge kar met paard kwam onze kant op.
Aan het eind van de weg is op een zijmuur ‘Hotel Zeezicht’ te lezen.
Als we de hoek omgaan naar de boulevard, bij de ‘Bruggepoort’,  is links hotel restaurant ‘Monopole’, waar overigens ook Van Vollenhovens bier werd geschonken, en rechts ‘Zeezicht’, waar hetgeen moge blijken uit een latere foto, Amstel bier het lokkertje was om binnen te gaan.
Op diezelfde foto is het bord ‘Rondvaart’ te zien en even verder stond een ANWB-wegwijzer.
De laatste foto, anno 2016, laat een pad zien dat naar het strand loopt. Voorheen was er ook een pad, maar dat pad had een heel andere bestemming….

Het is op onderstaande foto's goed te zien dat ‘Monopole’ voor een groot deel in het groen lag, waaronder de theetuin was te vinden.
Het pad vanaf de hotels ‘Monopole’ en ‘Zeezicht’ (tegenwoordig met de naam ‘Allure’ getooid) liep naar de ‘Bad- en Zweminrichting Harderwijk’ van de ‘Vereeniging ‘Zuiderzeebad’, 400 Meter in Zee, prijs per bad 15 cent’.

Tijdens een korte wandeling langs de boulevard ziet men het theehuis met speeltuin, terwijl de foto, waarop slechts de stadsmuur met molen is te zien als saai zal worden bestempeld.
Op de foto waarop een nationale vlag wel opvallend in beeld is, stamt, gezien de inrichting van de boulevard en de relatief jongere auto’s, uit een latere periode.
Opvallend is het bord ‘Fijne gerookte paling’ en de hoge schoorsteen met de naam ‘KOK’
Rechts restaurant ‘Bonanza’ en in de molen ‘De Hoop’ was een café-restaurant gevestigd.
Maar ook deze foto’s zijn al weer achterhaald. De inrichting van de boulevard wacht, anno 2016, een grote verandering.
Ook ’s winters was er altijd wel wat te zien en te beleven.

De in de 14e gebouwde ‘Vischpoort’ is de laatste stadspoort aan de waterkant in Harderwijk.
Achter deze poort ligt de Vischmarkt. Hier vandaan werden de goederen en producten van en naar de boten gebracht. De wat grotere boten konden door de ondiepte niet tot de kust komen en daarom werd er overgeladen op kleinere boten.
Alle producten en goederen en zelfs vee ( Schapenhoek!) werden verhandeld op deze markt.
De Vischmarkt werd en wordt voor meerdere doeleinden gebruikt, de opvallendste uit vroeger tijden was wellicht het te drogen zetten van, naar ik meen, korenschoven.
Uiteraard had de poort ook een beschermende functie tegen vijanden en tegen het water en kon daarom ook gesloten worden. De ietwat hoger gebouwde huizen aan deze markt hebben een vloedkamer.
Boven op de poort is in de 18e eeuw de vuurtoren gebouwd. Toen de Zuiderzee werd afgesloten deed deze als zodanig geen dienst meer.

Vischmarkt toen en nu:

Ik ga weer terug naar de Bruggepoort en loop de Bruggestraat in.
De eerste foto’s geven een kijkje van ‘toen en nu’ in de richting van de Markt. Aan de linker zijde het gebouw van het vroegere Pius-ziekenhuis.
Bij de volgende prenten is het beeld te zien van de tegenovergestelde kant, in de richting van de Bruggepoort en is aan de rechterzijde hetzelfde gebouw te zien.
De bakker met zijn kar staat voor de deur bij ‘Au Bon Marché’, terwijl op de rechter étalage-ruit van diezelfde winkel ‘In den Goeden Koop’(?) staat.
Bij de laatste foto’s kijkt men vanaf de Markt de Bruggestraat in. Het grotere gebouw aan de rechterzijde van de Bruggestraat is het pand van de vroegere rechtbank.

De markt toen en nu

De markt, veelal het centrale deel van een stad of dorp, is bij uitstek de plaats waar veel activiteiten plaats vinden. Was het voorheen in Harderwijk de plaats waar de wekelijkse markt werd gehouden, is het tegenwoordig meer een ontmoetingsplaats door het uitgebreide horeca-aanbod.
In de tijd dat er dar nog markt werd gehouden, voor de deur van het pand van A. J. Wuestman, boekhandel en binderij, liepen de dames nog in klederdracht.
Rechts op die foto staat op de rand onder de dakgoot ‘Hotel en Pension Markt’ en er werd, zoals aangegeven, Grolsch Bier geschonken.
In de winkel met het halfronde zonnescherm aan de linker kant aan de Wolleweverstraat was de winkel van Albert Heijn gehuisvest.
Een nog vroegere foto van de markt, waarbij we de Bruggestraat inkijken, zijn de typisch boerenwagens te zien en op het pand erachter staat ‘Tabaksfabriek en Kruideniersaffaire’.
De parade had, neem ik aan, te maken met het Werfdepôt in de ‘Oude Kazerne’, mogelijk voor de uitzending naar Nederlands Indië. De stadspomp nam wel een erg prominente plaats in.
Op de vierde foto waarop de jeugd in grote getale poseert, was het ‘Volkskoffiehuis en het Logement’ te vinden. In de hoek, waar anno 2016, de doorgang naar de Hortus is.
Rechts naast het witte huis was de apotheek.
Op een andere foto met het pand van Wuestman werd er reclame gemaakt voor ‘Clysma Egyptian Cigarettes’, maar ook voor ‘ansichten’. Aan het eind van de Wolleweverstraat, het huis waar men tegenaan kijkt, was een ‘dames- en heerenkleermakerij’.
Aan de rechter kant van de ansicht is het ‘Volkskoffiehuis’ met op de gevel een aanbeveling voor ‘ZHB Bieren’.
De jongeman met fiets gaat er echt voor staan om op de foto te komen.
Dat het ‘Volkskoffiehuis’ ook een andere locatie heeft gehad, namelijk naast het vroegere stadhuis, is op de volgende foto te zien waarbij ons ook een kijkje in de Hondegatstraat wordt gegund.
De winkel achter de ijscoman maakt reclame voor ‘Van Nelle’s koffie en thee’, terwijl in de winkel met de witte markies sigaren en sigaretten te koop zijn.

De Wolleweverstraat gaat over in de Luttekepoortstraat.
De eerste foto’s zijn bijna gelijk aan elkaar. De één is zwart-wit, de andere in kleur. Voor de deur van het pand van Wuestman staat één van de waterpompen en wat meer naar links is een voor die tijd moderne kinderwagen te zien.
Wuestman was het agentschap voor meerdere kranten, zo moge blijken uit het bord aan de woning.
Op de oude foto van de Wolleweverstraat in de richting van de Markt is aan de rechter kant het bord ‘Garage’ te zien en even verder kon men ‘Souvenirs’ kopen, terwijl de melkboer zijn klanten huis aan huis bediende.
Ook in de Luttepoortstraat stond een waterpomp en werd er met plezier geposeerd voor de foto.
Men kon de stad verlaten bij de Luttekepoort.

De Donkerstraat met aan de rechter kant het postkantoor, kijkend in de richting van de Markt, waar op een zonnige dag de markiezen het straatbeeld tooien, terwijl de kinderen vrolijk hoepelend op straat spelen.

De andere foto’s kijken in de richting van de Smeepoortstraat met aan de linker zijde het postkantoor van Harderwijk - nu Hema -, terwijl de melkboer zijn klanten bedient.